Uit de bajeskerk

Dorien van Bosheide is buitengewoon predikant en namens het kerkgenootschap ABC uitgezonden als justitiepredikant. Ze vertelt ons over het wel en wee in de bajesgemeente.

Dit verhaal gaat over het vrijwilligerswerk dat rondom en tijdens de diensten wordt gedaan.

Onze kerkdiensten duren drie kwartier. Eén kwartier daarvan bestaat uit ontmoeting, waarbij koffie en thee geschonken worden. Er is een aantal ‘mensen van buiten’ – vrijwilligers die daar een actieve bijdrage aan leveren. Vrijwilligers zijn van bijzondere waarde voor de kerkdiensten. Zij nemen een stukje van buiten mee naar binnen, zij zijn even een ander gezicht en zij laten de gemeenteleden in de bajes ervaren dat God mensen in de knel niet loslaat. Door de verbinding met de vrijwilligers is er ook verbinding met de gemeente buiten de bajes en mogen we ervaren dat we deel zijn van de wereldwijde kerk van Jezus Christus. Dat God en medemens zich niet laten tegenhouden door muren, maar dat we over en door de muren heen met elkaar verbonden zijn.

Zo op het eerste gezicht lijkt dit heel vanzelfsprekend, maar dit is bijzonder voor mensen die dagelijks ervaren dat ze verstoten zijn van de wereld om hen heen, mensen die gebonden zijn aan een systeem, schuldig of onschuldig, gewild of ongewild. Mede door de aanwezigheid van vrijwilligers kan een stukje vrijheid worden ervaren. Een gedetineerde verwoordde het eens zo: De Kerk in de bajes kan omschreven worden als een geestelijk restaurant. Een ander zei: Je hebt even het idee dat je niet vast zit.

Ervaringen van een vrijwilliger

Dat is de ene kant, de andere kant is dat de vrijwilligers zélf heel veel voldoening halen uit de bijdrage die zij geven in de bajes. Een van hen vertelt het volgende.

“Als kerkvrijwilliger, bezoekvrijwilliger, heb ik inmiddels al heel wat bijzondere diensten bezocht en iedere keer MAG ik weer gaan. Zo voelt het. Heel speciaal was de ‘Kerstkoortafel’, waarbij wij als vrijwilligers samen met de voorgangers en de jongens van het koor op weg gingen naar kerstmis. In de kerk stonden dit keer mooi gedekte tafels, met kopjes en kannen koffie, heerlijke vlaaien en kerstbrood. En natuurlijk ontbraken ook de kaarsen niet. Het was alles zo feestelijk en warm.

En dat gevoel bleef de hele morgen. In het samen zingen van advents- en kerstliederen, in het gewoon genoeglijk samenzijn, het plezier dat we samen hadden in zo’n ongedwongen sfeer. Hoogtepunt was het moment dat de pastor achter de piano kroop, de jongens er omheen gingen staan en voor ons vrijwilligers ‘Perhaps Love’ zongen. Ontroerend. Zelden voelde ik kerst en het vrede op aarde zo intens als deze morgen. Maar ook alle andere diensten zijn iedere keer weer speciaal. Iedere keer weer anders, natuurlijk ook doordat de groep jongens steeds weer verandert.

Zondagochtendgevoel
Het zondagochtendgevoel begint zodra we de kerk binnenstappen. Terwijl wij in het keukentje wat aanrommelen met koffie en thee, wordt in de kerk de muziek nog een keer doorgenomen. En als er dan een prachtig Taizélied door de ruimte klinkt of de klanken van piano en gitaar en ‘Morning has broken’ wordt gezongen, de zon die door het raam naar binnen schijnt, dan voel je je gelukkig.

Dan, even later de mannen die binnenkomen, handen schudden, verwelkomen. Ontroering voel ik als die donkere Afrikaanse man binnen komt, zo gelukkig met een Engelstalige bijbel onder zijn arm; als die Roemeense jongen het ‘Onze Vader’ in zijn eigen taal mag voorlezen en als die vrolijke jongen van het koor even heel diep in gedachten bij zijn opgestoken kaarsje blijft staan. Samen bidden, een kaarsje opsteken, zingen, samen stil zijn, maar ook samen plezier hebben.

Rugzak
En als het tijdens de preek zo stil is dat je een speld kunt horen vallen, dan vraag je je weleens af wat er in al die hoofden omgaat. Want zij worden geraakt, net als ik, door de woorden die ze horen. Daar zitten ze, ieder met een eigen geschiedenis, een eigen rugzak. Heel speciaal is het even later tijdens het koffiedrinken als er een enkeling is die jou een kijkje in zijn leven gunt.

Hoe heftig soms ook, ik heb moeten leren dat ik mag luisteren, er voor de ander mag zijn, maar dat je de rugzak ook bij de ander mag laten. Net zoals ik heb moeten leren dat iedere ontmoeting de laatste kan zijn. Wat allemaal niet altijd meevalt. Maar als je daarin een weg hebt gevonden is het zo mooi dat je in de ontmoetingen die er waren, ook iets van jezelf mocht geven; iets dat misschien óók in hun rugzak wordt meegenomen. En als ik dan even later op mijn fietsje naar huis rijd, de zon op mijn hoofd, de wind door mijn haar, dan voel ik me een rijk mens.”

Met toestemming overgenomen uit: Uit vrije wil

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.